Hoe zorg ik voor optimale veiligheid in huis?

U zorgt uiteraard graag voor een veilig thuis. Waar moet u op letten bij het gebruik van elektrische apparaten? Waar moet uw meterkast aan voldoen en wat doet u als u gas ruikt? Hieronder vindt u het antwoord op deze vragen. Maar ook een aantal slimme (klus)tips, voor extra veiligheid.

Veelgestelde vragen

Neem altijd contact met Klantcontact op via 0900-2022373 (lokaal tarief). Ook buiten kantoortijden en in het weekend. De slotenmaker komt u dan helpen om weer de woning in te kunnen. U dient een geldig legitimatiebewijs te kunnen overleggen. De kosten worden bij u in rekening gebracht.
Neem altijd contact met Klantcontact op via 0900-2022373 (lokaal tarief). Ook buiten kantoortijden en in het weekend. De slotenmaker komt u dan helpen om weer de woning in te kunnen. Als de sleutel is afgebroken zijn de kosten voor uw rekening. U betaalt dan het arbeidsloon en de bijkomende materialen, zoals een nieuwe cilinder en sleutels. Zorg er daarom voor dat uw sleutel in goede staat is, zodat deze niet breekt in de cilinder. Als het om een gecertificeerde sleutel gaat dan kunt u deze, op eigen kosten, bij Wooncompagnie bestellen. Een gecertificeerde sleutel kost € 18,00 per stuk. U kunt deze bestellen via e-mail klantcontact@wooncompagnie.nl. Vermeld in de e-mail het nummer wat op de sleutel staat gedrukt.

Let op! Bewaar altijd de afgebroken sleutel.

Gewone sleutels van voor- achterdeur of berging kunt u zelf regelen bij een sleutelmaker. 
Neem altijd contact op met Klantcontact via 0900-2022373 (lokaal tarief). Ook buiten kantoortijden en in het weekend. U moet aangifte doen bij de politie. U moet het proces-verbaal van aangifte kunnen overleggen aan ons. Indien de deur open gebroken moet u ook een geldig legitimatiebewijs kunnen overleggen. Wij zorgen voor een nieuw slot en sleutels.
Sluit geaarde apparaten altijd aan op een geaard stopcontact. U herkent dit aan de metalen contacten in het stopcontact en aan de zijkant van de stekker. Op elk geaard apparaat staat een logo. U vindt geaarde stopcontacten vaak in de keuken, badkamer en bij de wasmachine-aansluiting.
Let bij het gebruik van een verlengsnoer op de volgende zaken:
  • Rol een verlengsnoer bij gebruik helemaal uit. Voorkom zo u dat het snoer te warm wordt, doorsmelt en  kortsluiting maakt;
  • Koppel verlengsnoeren niet aan elkaar. Bij het koppelen van verlengsnoeren gebruikt het aangesloten apparaat meer stroom en raken de snoeren eerder overbelast;
  • Sluit niet meer apparaten aan dan een verlengsnoer aankan. Op elke verlengsnoer staat een maximaal vermogen vermeld. Het gezamenlijk vermogen van álle aangesloten apparaten (op elk apparaat vermeld) bepaalt het maximaal vermogen.
Vlammen van uw gasinstallaties (gaskachel, gasfornuis en geiser) moeten blauw zijn. Gele vlammen duiden op onvolledige verbranding. Hierbij kan het gevaarlijke koolmonoxide vrijkomen. Houd de kleur van de vlammen van uw gasinstallaties dus goed in de gaten.
Controleer uw gasslang elk jaar. Vervang de slang als er bij buigen kleine scheurtjes of knikken zijn te zien. Of als de slang ouder is dan 7,5 jaar. De productiedatum vindt u op de slang.
Hang op elke verdieping een rookmelder, bij voorkeur in de hal waar de deuren van (slaap)kamers op uitkomen. Test de rookmelders minstens elke drie maanden. Heeft u een geiser of gaskachel? Zorg dan ook voor een koolmonoxidemeter.
 
Hieronder vindt u tips waarmee u in huis zo veilig mogelijk klust:
  • Haal de stroom van de werkplek (bijvoorbeeld als u een lamp ophangt of stopcontact vastzet). Doe dit door de betreffende groep in de meterkast uit te schakelen. Controleer of de stroom daadwerkelijk van de plek af is, bijvoorbeeld met een spanningszoeker. Test deze eerst in een werkend stopcontact;
  • Maak loszittende stopcontacten goed vast. Zet, voordat u begint, de hoofd- of groepsschakelaar uit;
  • Hang lampen niet te dicht bij gordijnen en andere brandbare stoffen. Verlichting (vooral halogeen en inbouwspots) kan erg heet worden en brand veroorzaken;
  • Voer geen klussen uit in de meterkast of aan de gasinstallatie;
  • Leg geen snoeren of kabels onder een deur of tapijt en liever ook niet los. Gebruik (zelfklevende) kabelclips, een snoer- of een kabelgoot om snoeren bijvoorbeeld op de plint vast te maken;
  • Spijker of niet kabels niet vast. Gebruik liever tape of een kabelgoot;
  • Gebruik voor het aansluiten van verlichting en stopcontacten in de tuin (dubbel geïsoleerde) grondkabel. Nog beter: gebruik zwakstroom (12 Volt);
  • Gebruik in de tuin speciaal geschikte (metalen) lampen en geschikte stopcontacten. Deze moeten geaard en spatwaterdicht zijn;
  • Sluit niet meer dan 3000 Watt tegelijk aan op één stopcontact;
  • Gebruik geen driewegstekkers;
  • Zet apparaten (tv, stereo, computer) na gebruik altijd helemaal uit;
  • Zorg voor voldoende ventilatie en ruimte rondom elektrische apparaten;
  • Voorkom dat elektrische apparaten in contact komen met water;
  • Droog geen kleding of handdoeken op een elektrische verwarming;
  • Zet geen dranken of vazen met water naast elektrische apparaten. Dit scheelt sluipverbruik (onnodig energieverbruik) én voorkomt de kans op brand.