Wat houdt het wetsvoorstel in?
In het wetsvoorstel worden nieuwe inkomensgrenzen gepresenteerd, die de toegang tot de sociale huursector afbakenen. Ook bevat het voorstel een wettelijke basis die meer mogelijkheden biedt om de huurprijzen inkomensafhankelijk te verhogen.
In beide gevallen gaat het om inkomensgrenzen die afhankelijk zijn van de grootte van het huishouden. Meest in het oog springt de verlaging van de inkomensgrens voor alleenstaanden. Die gaat naar 35.000 euro. Dat betekent dat een groeiend aantal alleenstaanden geen toegang meer krijgt tot een sociale huurwoning.

 

Inperking doelgroep
Wooncompagnie maakt zich zorgen over het effect van dit wetsvoorstel. De toelichting op het voorstel maakt de beweging die wordt ingezet angstwekkend helder. De overheid benadrukt dat de sociale huursector louter is bedoeld voor de lagere inkomens en dat de omvang van de doelgroep daarop wordt afgestemd. Kortom: de doelgroep voor de sociale huur wordt verder ingeperkt. Daarmee is dit voorstel een volgende stap op weg naar een sociale huursector die alleen huisvesting biedt aan mensen die op de woningmarkt geen kant op kunnen. En dat is steeds verder verwijderd van het volkshuisvestingsideaal waar we in Nederland trots op zijn: een brede en gevarieerder sociale huursector, die een thuis biedt aan iedereen die betaalbaar wil wonen.

 

Een goedkope oplossing
Het wetsvoorstel beperkt de toegang tot sociale huurwoningen en maakt het makkelijker om de huren te verhogen. Het kabinet presenteert deze maatregelen als instrumenten om de betaalbaarheid van wonen te bevorderen. Het idee is: als je goedkope woningen reserveert voor lage inkomens en de huurprijs afstemt op het inkomen, dan is de betaalbaarheid gegarandeerd. De maatregelen sluiten daarbij aan op de benadering van het Nibud. Daarin wordt op het niveau van huishoudens gekeken welke ruimte er in het huishoudbudget overblijft om ‘te verwonen’, als alle andere noodzakelijke uitgaven zijn gedaan. De Nibud-benadering is zonder twijfel verstandig, maar zou in onze ogen moeten worden toegepast op verbetering van de Huurtoeslag. Dat gebeurt echter niet. Te duur? Te ingewikkeld? Het kabinet kiest ervoor om de betaalbaarheid met een dichte portemonnee te regelen: door te draaien aan de knoppen van de toegang tot de sociale huursector én aan de huurknop.

 

Het klimaat verandert
Je kunt uitgebreide rekensommen maken over inkomensgrenzen, maar het is veel verstandiger om naar het achterliggende patroon te kijken. Dat patroon – de klimaatverandering - wordt overduidelijk als we de ontwikkeling van de inkomens van sociaal huurders zien in het rapport ‘Veerkracht in het corporatiebezit’. Dat rapport laat zien dat de concentratie van lagere inkomens in de sociale huursector zich in een schokkend hoog tempo voltrekt. En dat dit leidt tot een reeks aan vervolgeffecten. Als we die serieus nemen, zou dat de toon van het wetsvoorstel moeten bepalen. En zou de omvang van de doelgroep niet moeten worden afgestemd op de omvang van de sociale huursector maar andersom.

 

Kán betalen wordt móet betalen
Het Nibud laat zien wat een huishouden bij een bepaald inkomen kán betalen. In het wetsvoorstel wordt dit omgezet naar móet betalen. Hiermee komt de concentratie en segregatie van lage inkomens in de sociale huursector in een versnelling. De kerntaak van corporaties - het met voorrang huisvesten van lage inkomens – verschuift in rap tempo naar het uitsluitend huisvesten van lage inkomens. Het wetsvoorstel kiest voor concentratie van lage inkomens in de sociale huur en stuurt middeninkomens het bos in.

 

Onze verantwoordelijkheid
Wij blijven ons uitspreken tegen de beweging die leidt tot een sociale huursector die, net als elders in de wereld, uitsluitend kwetsbare groepen huisvest. Wij hebben een verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren aan een ongedeelde samenleving, waar mensen niet geografisch worden geordend op basis van inkomen. En die verantwoordelijk dragen we graag.